Elke Vanhoof kwam in het begin van het seizoen al ten val. Dit gebeurde tijdens de training van de Europese rondes in Verona. De Belgische heeft dat weekend nog wel gefietst, maar het ging allemaal niet van harte. Pas dagen later werd geconstateerd dat ze een hersenschudding had.

Zaterdags voor de wedstrijd in Verona, kwam Vanhoof tijdens de training ten val. Toen ze opstond had ze wel wat last van haar hoofd, maar heeft ze die dag toch gewoon gefietst. Voor haar voelde die crash niet zwaarder dan anders. Achteraf gezien was die val dus erger dan hij was. Vanhoof: “Ten tijde van de val, voelde ik niets overdreven. Het was een val zoals anders. Ik had wat last van mijn hoofd, was wat misselijk, maar alles niet overdreven.” De wedstrijd op zaterdag voelde wel enigszins onwennig voor de Belgische. “Ik had geen versnelling, ik voelde de bergen niet aan, het ging allemaal niet zoals ik wou.”

Zondag ging het weer wat beter en fietste ze zelfs naar een vierde plaats in de finale. “Ik had dus geen idee wat er aan de hand was. Maandags toen we naar huis vlogen, voelde ik me wel slecht. En de volgende dag kon ik mijn training niet doen en heb ik een extra recovery ride gedaan. Ik dacht dat ik me daardoor weer beter zou voelen. Ik heb geprobeerd daarna nog sprintjes te doen, maar haalde heel weinig wattages en ben die dag toen maar verder gaan rusten.” De volgende dag, bij het opstaan om naar de WC te gaan, voelde het niet goed. Vanhoof was zo duizelig dat ze de muren moest vasthouden. Alles om haar heen was aan het draaien. “Ik had volledige evenwichtsstoornis. Ik ben toen toch maar naar de dokter gegaan, maar ook gewoon met het gevoel dat ik een griepje had, ofzo.”

De dokter concludeerde uiteindelijk dat ze een hersenschudding had en dat ze weer naar huis mocht. Vanhoof kreeg van haar dokter nog wel een verwijzing naar de neuroloog. En na wat onderzoeken door de neuroloog een week later, bleek de Belgische niet alleen een hersenschudding te hebben, maar ook een whiplash. “Hij vertelde mij dat het een week kon duren, of een maand, maar ook een jaar. De afspraak was dat ik na een maand weer terug zou komen. Maar Papendal was over een maand en als topsporter wilde ik die natuurlijk graag fietsen. Ik dacht dat komt wel goed.” Vanhoof had een maand later nog steeds last van haar hoofd. En ondanks haar klachten, is ze toch met het Belgisch team afgereisd naar Nederland. Ze heeft de training nog even mee gedaan. Maar al gauw kwam ze erachter dat het niet veel zin had. Ze kon de jumps niet inschatten en had nog steeds hoofdpijn. Alle symptomen van een flinke hersenschudding waren nog steeds aanwezig. “Ik dacht dat als je iets heel graag wil, het dan ook zou gaan. Maar helaas was dat niet het geval.”

Papendal sloeg ze daarom toch maar over. “Meefietsen zou levensgevaarlijk zijn geweest, denk ik nu achteraf.” Een week later was de 3Nations Cup in Dessel en dat is vijf minuten van haar thuis. “Ik dacht ik ga het gewoon proberen, mocht het niet gaan, dan stop ik. Ik heb thuis mijn opwarming gedaan en ben daarna naar Dessel gereden en heb daar mijn rondjes gefietst. Ik heb die dag ook zoveel mogelijk in de teamtent gezeten, om zo min mogelijk prikkels te ontvangen.” De wedstrijd in Dessel wist Vanhoof te winnen. Het was een goeie dag voor haar. Merel Smulders was voor deze wedstrijd ook aanwezig en zij werd tweede. “Het was geen gemakkelijke dag en aan de hand van Merel kon ik mezelf ook vergelijken. Kijken waar ik stond.” Maar de volgende dagen ging het gelijk weer mis en had Vanhoof weer ontzettende hoofdpijn en last van haar whiplash. “Alle symptomen kwamen weer terug. Ik was slecht gezind, last van mijn spieren en flinke hoofdpijn.”

Donderdags zou Vanhoof met de ploeg naar Frankrijk vertrekken. Voor de Europese rondes in Sarrians. Als topsporter, wil je zo snel mogelijk weer op niveau zitten. “Het was achteraf niet slim om mee te gaan. Je wil heel graag fietsen en dan ga je toch maar mee. Tijdens de training had ik eigenlijk al moeten stoppen. Maar je pusht je als topsporter net iets verder dan normaal zou moeten zijn.” De eerste dag tijdens de wedstrijd ging het helemaal niet goed met de Belgische. Verrassend genoeg reed ze wel een halve finale. Maar Vanhoof had na die dag toch besloten om de zondag niet te rijden. “Dat was achteraf toch een juist besluit. Even toch een paar weken rust nemen!”

Vanhoof doet het momenteel erg rustig aan. Ze heeft de laatste twee weken bijna niets gedaan, als alleen maar rust genomen en gewandeld. Ze heeft nog wel een paar keer op haar gewone fiets gereden, maar niets met hevige inspanningen. “Ik ben ook weer terug naar de neuroloog gegaan. Ze hebben toen cortisone in mijn spier gespoten in mijn nek. Voorheen, de eerste week en daarna, hebben ze mij ook een aantal spuiten gegeven. Zoals proca├»ne, maar dat was blijkbaar niet genoeg.” Ze heeft nog dagelijks hoofdpijn en moet af en toe ook nog medicatie pakken. Krachttraining zit er voor de Belgische niet in, laat staan een wedstrijd rijden. “Ik kan nog niet eens fietsen zonder pijn. Ik kan geen kracht doen, zelfs zonder gewicht lukt me niet. Ik kan zelfs nog niet eens fatsoenlijk functioneren in het dagelijks leven, laat staan als topsporter van de Belgische Defensie. Er zijn gewoon dagen bij dat ik alleen maar kan liggen. Ik ben nog niet klaar om wedstrijden te rijden en al helemaal geen supercross wedstrijden.”

Het WK wordt dit jaar verreden op de baan in Zolder. Voor Vanhoof een WK in eigen land. Ze hoopt hierbij aanwezig te zijn, maar weet nu al dat het niet op volle kracht zal zijn. “Het is nog een aantal weken en ik hoop dat ik daar kan meefietsen. In vorm zal ik niet zijn, dus resultaten zal ik niet rijden. Maar als ik daar mijn rondjes kan rijden, zou dat voor mij al voldoende zijn.”

De Belgische heeft in haar leven al heel wat blessures gehad. Maar dit heeft ze nog nooit meegemaakt. “Wanneer je iets breekt, weet je waar je aan toe bent. Maar niemand kan mij vertellen, wanneer ik hier vanaf ben. Je moet het ook zelf aanvoelen en van dag tot dag bekijken. Het is gewoon een hele rare blessure!”